070 - 416 29 99
info@nuijtenaccountants.nl
Bereken uw route

Aangiftebrief 2026 (IB 2025)

Terug naar overzicht

Aangiftebrief 2026 (IB 2025)

Beste relatie,

Op 1 maart is de digitale aangifteronde Inkomstenbelasting 2026 (IB 2025) van start gegaan. In deze aangiftebrief vindt u de meest in het oog springende zaken waarop u attent moet zijn bij de aangifte IB 2025. We richten ons op de wijzigingen uit de Belastingplannen voor 2025 en op enkele zaken waarop u elk jaar extra alert moet zijn.

Uitnodiging aangifte doen nog steeds digitaal én per post
U heeft onlangs de uitnodiging ontvangen voor het doen van de IB-aangifte 2025. Die uitnodiging komt nog steeds zowel via de post met de bekende blauwe envelop, als digitaal via uw persoonlijke Berichtenbox op MijnOverheid. Op termijn zal de papieren uitnodiging helemaal worden vervangen door de uitnodiging via de digitale Berichtenbox

Laat de vooraf ingevulde aangifte controleren en aanvullen
De Belastingdienst vult de aangifte al voor een groot deel in. Zo zijn de jaaropgaven van uw loon, pensioen, lijfrentetermijnen en andere uitkeringen al ingevuld. Dat geldt ook voor de WOZ-waarde van de eigen woning, de aftrekbare hypotheekrente en het saldo van de hypotheekschuld. Ook banksaldi en (de waarde van) andere vermogensbestanddelen in box 3 zijn al grotendeels ingevuld.

Controleer de vooraf ingevulde gegevens goed, zeker als uw inkomenssituatie in 2025 is gewijzigd. Heeft u uw hypotheek overgesloten? In dat geval verandert de renteaftrek en heeft u waarschijnlijk extra aftrekbare kosten gemaakt. Bovendien maakt ook de Belastingdienst weleens een foutje of de gegevens zijn niet compleet. U bent en blijft zelf verantwoordelijk en aansprakelijk voor de aangifte, ook als de Belastingdienst onjuiste gegevens heeft opgenomen. Daarnaast moet u de aangifte nog aanvullen met de niet vooraf ingevulde gegevens die van toepassing zijn op uw inkomens- en vermogenssituatie. Dat kunnen bijvoorbeeld aftrekposten zijn zoals giften, ziektekosten en betaalde partneralimentatie.

Zelf invullen lastig en/of te veel gedoe?
Ondanks de vooraf ingevulde aangifte vindt u het misschien toch erg lastig om zelf de aangifte IB 2025 volledig en correct in te vullen of vindt u het te veel gedoe. Laat uw aangifte dan door ons verzorgen. Wij doen het graag voor u. U levert daartoe de relevante gegevens voor uw IB-aangifte 2025 bij ons aan en wij controleren de vooraf ingevulde gegevens en vullen de aangifte waar nodig aan. Dienen we de aangifte vóór 1 april 2026 in, dan bent u er in elk geval zeker van dat u vóór 1 juli 2026 bericht krijgt van de Belastingdienst.

Hierna hebben we een aantal zaken op een rij gezet, waaraan u misschien niet meteen denkt bij het verzamelen van de gegevens die nodig zijn om uw aangifte IB 2025 te kunnen samenstellen.

Aangifte(gegevens) IB 2025

Eigenwoningforfait
Heeft u een hypotheek voor een woning die uw hoofdverblijf is? Dan kunt u de rente in aftrek brengen. Bent u op of na 1 januari 2013 voor het eerst een nieuwe hypotheek aangegaan? In dat geval moet u daarnaast aflossen op deze eigenwoningschuld om renteaftrek te kunnen krijgen. Uw hypotheekschuld neemt door het aflossen jaarlijks af. U betaalt dus ieder jaar minder rente en dus heeft u ook minder renteaftrek.

Sinds 1 januari 2025 zijn er drie tariefschijven: een laag tarief van 35,82% voor inkomen tot € 38.441, een tarief van 37,48% voor inkomens tussen € 38.441 en € 76.817 en daarboven het hoogste tarief van 49,50%. De hypotheekrente kunt u in 2025 maximaal in aftrek brengen tegen het tarief van 37,48%. Dus niet tegen het hoogste tarief. Hoewel het aftrekpercentage maximaal 37,48% is, is het toch van groot belang dat - als u een partner heeft - u het eigenwoningforfait en de hypotheekrenteaftrek bij de juiste persoon aangeeft in de aangifte IB 2025. Hoe dat zit, leest u hierna.

Hoe verdelen?
Was uw inkomen hoger dan € 76.817 en dat van uw partner lager dan dit bedrag? Dan is het waarschijnlijk het voordeligst om het eigenwoningforfait en de hypotheekrenteaftrek te claimen bij uw minstverdienende partner. Het eigenwoningforfait wordt daardoor ten eerste lager belast, namelijk niet tegen 49,50%, maar tegen 35,82% (tot een inkomen van € 38.441) of 37,48% (bij een inkomen tussen € 38.441 en € 76.817).

Maar het meeste voordeel behaalt u door de hogere algemene heffingskorting (in 2025: maximaal € 3.068) die uw minstverdienende partner door de hypotheekrenteaftrek krijgt. Deze algemene heffingskorting neemt namelijk met 6,337% af vanaf een inkomen van € 28.406. Bij een inkomen van € 76.817 is deze heffingskorting helemaal afgebouwd tot nul. Heeft u een inkomen boven deze inkomensgrens, dan heeft u dus geen algemene heffingskorting. Heeft uw partner wel een inkomen tussen € 28.406 en € 76.817 en geeft u bij hem of haar het eigenwoningforfait aan en trekt u de hypotheekrente af? Dan vermindert zijn/haar inkomen en dus neemt het recht op algemene heffingskorting weer toe. Zo levert het lager belaste eigenwoningforfait en de hogere algemene heffingskorting bij uw minstverdienende partner dus meer op dan als het forfait en de aftrek wordt geclaimd bij u als meestverdienende partner met een inkomen in de hoogste tariefschijf.

Let op!
Vanaf 2025 is voor de afbouw van de algemene heffingskorting het verzamelinkomen bepalend. Dat wil zeggen dat naast het inkomen in box 1, ook het inkomen in box 2 en box 3 hiervoor meetelt. In dat geval wordt de algemene heffingskorting dus sneller afgebouwd dan in 2024. Hebben u en/of uw partner ook inkomen in box 2 en/of 3? Houd hiermee dan rekening bij het verdelen van de hypotheekrenteaftrek.

Partner met weinig of geen inkomen
Heeft uw partner geen of weinig eigen inkomen en is hij of zij geboren vóór 1963? Dan kan de algemene heffingskorting tot maximaal € 3.068 aan hem of haar worden uitbetaald, mits u voldoende belasting verschuldigd bent. Is uw partner geboren ná 1962 en heeft u inkomen in box 2 en/of box 3? Dan kan het verstandig zijn om een deel van dat inkomen aan uw partner toe te rekenen, waardoor hij of zij inkomen heeft waarover belasting is verschuldigd, waarop de algemene heffingskorting in mindering kan worden gebracht. Zo kan uw partner zijn/haar algemene heffingskorting toch benutten. Bovendien bent u minder belasting verschuldigd, doordat u een deel van uw inkomen aan hem/haar hebt toegerekend. Zo bent u samen minder belasting verschuldigd.

Tip
Het is ook verstandig om de voorlopige teruggaaf of aanslag inkomstenbelasting 2026 even te laten controleren. Het kan nodig zijn om deze hierop te laten aanpassen.

Doe opgave (gewijzigde) eigenwoninglening bij familie of bv
Begin 2019 is gestart met de geleidelijke afschaffing in 30 jaar van de regeling, waarbij u geen eigenwoningforfait hoeft bij te tellen bij uw inkomen als u geen of slechts een kleine hypotheek heeft. Dit doet zich voor als het eigenwoningforfait hoger is dan de rente en/of financieringskosten die u heeft betaald. Tot 2019 hoefde u dan niets bij te tellen. Maar sindsdien moet u jaarlijks 31,3% extra bijtellen. In 2024 was dat 20% van het saldo van het eigenwoningforfait en de aftrekbare rente en kosten. In 2025 is dat 23,33% van dit saldo.

Aftrek afgestorte FOR in lijfrente
U kunt als ondernemer geen pensioen meer opbouwen in de fiscale oudedagsreserve (FOR). Heeft u in het verleden een FOR opgebouwd? Dan zult u op enig moment hierover met de Belastingdienst moeten afrekenen. Het uiterste moment daarvoor is bij staking van uw onderneming. Dan zult u de reserve moeten bijtellen bij de winst. En dan is het volle bedrag van de opgebouwde reserve belast met inkomstenbelasting. Gelukkig kunt u voor het bedrag van de opgebouwde oudedagsreserve een aftrekbare (bancaire) lijfrente bedingen, zodat u bij staking per saldo geen inkomstenbelasting verschuldigd bent. Het bedrag waarmee de FOR afneemt is immers wel belast, maar daar staat tegenover dat de premie voor de lijfrente aftrekbaar is. U moet dan natuurlijk wel voldoende liquide middelen hebben om het bedrag van de oudedagsreserve te kunnen afstorten in een lijfrente. Is dat het geval, dan kunt u (een deel van) de reserve nog tot 1 juli 2026 afstorten en nog in uw IB-aangifte 2025 in aftrek brengen.

Aftrek lijfrentepremie
Hebt u een pensioentekort? Dan kunt u hiervoor een aanvullend inkomen regelen. Bijvoorbeeld door bij een verzekeraar een lijfrentepolis te sluiten of bij een bank een lijfrentebankspaarproduct. De lijfrentepremie die u in 2025 heeft betaald, kunt u aftrekken in uw aangifte IB 2025.

Tip
De aftrek van lijfrentepremie is niet beperkt tot maximaal 37,48%. Bij voldoende inkomen in de hoogste schijf kunt u deze premie dus tegen een tarief van 49,50% in aftrek brengen!

Giftenaftrek
Giften aan goede doelen die een anbi-status hebben, kunt u in aftrek brengen als u kunt aantonen dat u de giften daadwerkelijk heeft betaald, bijvoorbeeld met een overmaking. Gewone giften zijn aftrekbaar boven een bepaald drempelbedrag dat afhankelijk is van uw inkomen. De Belastingdienst heeft het drempelbedrag al vooraf ingevuld. Periodieke giften zijn geheel aftrekbaar, maar in dat geval moet u wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. De Belastingdienst heeft alle goede doelen met een anbi-status geregistreerd. Klik hier om te controleren of het goede doel een anbi is. Contante giften zijn niet meer aftrekbaar.

Tip
Doet u elk jaar dezelfde giften aan dezelfde goede doelen? Overweeg dan om er een periodieke gift van te maken. Dan is immers uw hele gift aftrekbaar en niet alleen het bedrag boven de drempel.

Giften in natura
Giften in natura met een hogere waarde dan € 10.000 (per belastingplichtige) per kalenderjaar moet u kunnen onderbouwen met een onafhankelijk taxatierapport of een factuur. Deze eis geldt ook voor een kwijtschelding van een vordering die betrekking heeft op een vermogensbestanddeel in natura. Dergelijke kwijtscheldingen worden aangemerkt als gift in natura. Hierdoor is het niet mogelijk om via deze route aan deze bewijslast te ontkomen. Kunt u de gift in natura met een hogere waarde dan € 10.000 niet onderbouwen? Dan kunt u de waarde van de giften in natura niet in aftrek brengen.

Dubbele vrijstelling voor polissen op verzoek ook bij ontbreken dubbele begunstiging
Bent u fiscale partners van elkaar en wilt u bij leven gebruikmaken van de dubbele vrijstelling bij een zogenoemde Brede Herwaarderingspolis, Kapitaalverzekering eigen woning (KEW), Spaarrekening eigen woning (SEW) of een Beleggingsrekening eigen woning (BEW)? In dat geval moeten u allebei begunstigden zijn. Bent u die dubbele begunstiging vergeten? Dan kunt u de dubbele vrijstelling toch benutten door bij de IB-aangifte een gezamenlijk verzoek te doen, waardoor de uitkering bij ieder van u voor de helft opkomt. U benut vervolgens dan ieder uw eigen vrijstelling.

Aftrek specifieke zorgkosten
Heeft u zorgkosten gemaakt in 2025? Dan kunt u deze mogelijk in aftrek brengen in uw aangifte IB 2025. Uw kosten moeten daarvoor hoger zijn dan een drempelbedrag, dat afhankelijk is van uw inkomen. Deze drempel is vrij hoog, dus check eerst de hoogte van deze drempel om een inschatting te maken of het de moeite waarde kan zijn om de zorgkosten uit te zoeken. Daarnaast moet u weten dat er enkele wijzigingen zijn doorgevoerd.

Zorgkilometers
De aftrek van vervoerskosten voor het verkrijgen van medische hulp en (farmaceutische) hulpmiddelen (zogenaamde ‘zorgkilometers’) wordt vanaf 2025 forfaitair vastgesteld op € 0,23 per kilometer. Hierbij geldt de voorwaarde dat u met de auto reist, niet zijnde een taxi. U hoeft dus niet meer de werkelijke autokosten op jaarbasis te berekenen. De aftrek wordt op dezelfde wijze bepaald als de aftrek van reiskosten voor ziekenbezoek. Naast € 0,23 per kilometer aan autokosten kunt u ook de werkelijk gemaakte parkeer-, veer- en tolgelden aftrekken, mits u de kosten niet vergoed heeft gekregen en u een betaalbewijs kunt overleggen.

Leefkilometers
Ook het aftrekbare bedrag voor zogenoemde ‘leefkilometers’ is gewijzigd. Dit zijn extra vervoerskosten die u moet maken, omdat u door een ziekte of beperking (of die van uw kind) meer kosten heeft dan anderen die die beperking of ziekte niet hebben. Deze vergelijkingsmaatstaf is in 2025 vervangen door een aftrek van een vast bedrag van € 925 per jaar. U moet wel kunnen aantonen (bijvoorbeeld met een doktersverklaring) dat u niet in staat bent om meer dan 100 meter zelfstandig te lopen. U hoeft het bedrag niet tijdsgelang te herrekenen als u niet het hele jaar aan deze voorwaarde voldoet.

Check renteaftrek na tijdelijke verhuur
Heeft u een niet-verkochte woning die u inmiddels tijdelijk verhuurt? Na de periode van tijdelijke verhuur, herleeft het recht op de renteaftrek voor de resterende termijn, waarin de renteaftrek nog is toegestaan. Die termijn is 3 jaar. Check na de tijdelijke verhuur of die termijn is verstreken. Is dat het geval? Dan heeft u geen recht meer op renteaftrek.

Excessief geleend bij uw bv?
Bent u directeur-grootaandeelhouder (dga) van uw eigen bv? En heeft u veel van uw eigen bv geleend (niet zijnde voor de eigen woning*)? In dat geval is het volgende voor u van belang. Eind vorig jaar heeft de Belastingdienst gecontroleerd of u samen met uw partner schulden heeft bij uw eigen bv die meer bedragen dan € 500.000. In dat geval wordt in beginsel het meerdere boven de € 500.000 als aanmerkelijk belangvoordeel belast met box-2-heffing. Box 2 kent twee tariefschijven: een eerste schijf met een tarief van 24,5% voor box-2-inkomen tot € 67.804 en daarboven een tarief van 31%. Heeft u een fiscaal partner? Dan geldt het lage box-2-tarief tot € 135.608 bij een gelijke verdeling tussen u en uw partner.

Leent uw bv aan uw (klein)kinderen of aan uw (groot)ouders of die van uw partner? Dan geldt de grens van € 500.000 ook voor deze verbonden personen en hun partners. Als zij zelf geen aanmerkelijk belang in uw bv hebben (5% of meer), wordt het meerdere boven deze € 500.000 aan u toegerekend voor de toets of jij zelf boven de grens van € 500.000 uitkomt. Hebben zij zelf wel een aanmerkelijk belang, dan vindt de heffing bij de lener/verbonden persoon zelf plaats.

*) Let op
Gaat u een eigenwoningschuld aan met uw eigen bv? Zorg er dan voor dat u een hypotheekrecht verstrekt aan uw eigen bv. Anders valt deze schuld niet onder deze uitzondering!

Vermogen in box 3
Tot en met 2027 wordt de box-3-heffing berekend aan de hand van forfaitaire rendementspercentages voor de drie categorieën ‘bank- en spaartegoeden, ‘overige bezittingen’ en ‘schulden’. Voor 2025 is het forfaitaire percentage voor de ‘overige bezittingen’ vastgesteld op 5,88%. Voor de ‘bank- en spaartegoeden’ en de ‘schulden’ zijn de percentages voorlopig vastgesteld op 1,37% respectievelijk 2,70%. Beleggingsvermogen zoals een effectenportefeuille, cryptovaluta of vastgoed, wordt dus zwaarder belast dan bank- en spaartegoeden. Tot laatstgenoemde categorie worden overigens ook gerekend aandelen in een reservefonds van een Vereniging van Eigenaren (VvE) en een derdenrekening bij een notaris. Vorderingen en schulden tussen u en uw fiscale partner of tussen u en uw minderjarig kind hoeft u niet meer aan te geven in de IB-aangifte.

De verschuldigde box-3-heffing (36%) over het voordeel uit het box-3-vermogen dat u heeft aangegeven in uw IB-aangifte 2025 wordt dus berekend op grond van de huidige wettelijke regeling dat is gebaseerd op de forfaitaire rendementspercentages voor de drie categorieën vermogensbestanddelen. Maar uw werkelijke rendement over dit vermogen kan lager zijn. Is dat het geval, dan kunt u in de IB-aangifte 2025 ervoor kiezen om het werkelijke rendement van uw vermogen op te geven. Voorheen deed u dat met het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’.

Opgave werkelijke rendement
Het werkelijke rendement bestaat uit de directe inkomsten (rente, dividend, huurinkomsten etc.) en de waardemutaties van uw vermogen in 2025. Heeft u een fiscaal partner? Dan verdeelt de Belastingdienst het totale werkelijke rendement over u en uw partner. Vervolgens berekent de Belastingdienst de belasting zowel over het werkelijke rendement als over het forfaitaire rendement. De gunstigste methode wordt dan toegepast.

Heeft u gekozen voor opgave van het werkelijke rendement? Zorg er dan voor dat u dit kunt onderbouwen met bewijsstukken. Voor beleggingen kan dit betekenen dat u hiervoor een ‘Overzicht voor opgaaf werkelijk rendement’ van uw bank nodig heeft. 

Let op
Als u het werkelijke rendement wilt opgeven, moet u dat doen voor álle vermogensbestanddelen in box 3 en zonder rekening te houden met de vrijstelling in box 3 (zie hierna). In veel gevallen zal de forfaitaire methode dan waarschijnlijk gunstiger uitpakken.

Heffingvrij vermogen
De vrijstelling in box 3 (het heffingvrije vermogen) is in 2025 € 57.684 per belastingplichtige gebleven. Heeft u een fiscale partner? Dan heeft u samen dus een vrijstelling van € 115.368. Blijft het vermogen onder het bedrag van het heffingvrije vermogen? Dan hoeft u uw vermogen niet op te geven aan de Belastingdienst en wordt er bij u niets belast in box 3.

Let op: uitzondering!
Heeft u recht op huurtoeslag én heeft u box-3-vermogen? In dat geval geldt voor u mogelijk een afwijkende regeling. Voor de vermogenstoets in de inkomensafhankelijke regelingen wordt namelijk aangesloten bij de vermogensrendementsgrondslag zonder aftrek van het heffingvrije vermogen. Dit komt erop neer dat u in uw IB-aangifte toch de vermogensbestanddelen moet invullen als uw box-3-vermogen zonder toepassing van het heffingvrije deel meer bedraagt dan € 37.395. Heeft u een toeslagpartner? Dan bedraagt de vermogensgrens € 74.790. Deze vermogensgrens is alleen relevant voor de huurtoeslag, omdat op andere inkomensafhankelijke regelingen geen (kinderopvangtoeslag) of juist hogere vermogensgrenzen (zorgtoeslag) van toepassing zijn.

Juiste verdeling box-3-vermogen
Heeft u een fiscale partner? In dat geval is het van belang om het vermogen op de gunstigste manier te verdelen tussen u en uw partner. Ook hier kunt u dus voordeel behalen door het vermogen zo te verdelen dat uw partner zo maximaal mogelijk de algemene heffingskorting benut (zie onder 2.2).

Heeft u vragen of wilt u meer informatie over de aangifte inkomstenbelasting 2025? Neem dan contact met ons op via het nummer 070-4162999 en wij helpen u graag verder.

Met vriendelijke groet,

Nuijten Accountants B.V.

 

Bron: Fiscount

In deze Aangiftebrief is de stand van zaken in wet- en regelgeving verwerkt tot 20 februari 2026. Hoewel ten aanzien van de inhoud de uiterste zorg is nagestreefd, kan niet volledig worden ingestaan voor eventuele (druk)fouten en onvolledigheden. De redactie, de uitgever en de verspreider sluiten bij deze de aansprakelijkheid hiervoor uit. Voor een toelichting kunt u altijd contact met ons opnemen.